Een vermijdende hechtingsstijl in een relatie zie je eerder aan het ritme dan aan woorden. Nabijheid komt en gaat: na een warme periode volgt een pauze, en de andere partner vat die pauze vaak op als bekoeling. De signalen duiken meestal op in een paar alledaagse voorbeelden die veel koppels van beide kanten herkennen.
De ochtend na een geweldige date. De avond was warm en vol nabijheid, en de volgende dag zijn de berichten korter en de plannen vager. Dat is geen besluit over jou. Je partner moet eerst even terug naar de vertrouwde afstand en zet pas daarna een nieuwe stap vooruit.
Midden in een ruzie. De een wil het meteen uitpraten, en degene met de vermijdende stijl wordt stil, loopt de kamer uit of stuurt het gesprek naar de feiten. Zo zakt voor die persoon de spanning, maar voor de ander is het alsof je tegen een muur praat.
In een zware week. Hoe groter de zorgen, hoe kleiner de kans dat iemand met een vermijdende stijl de ander om steun vraagt, en hoe minder steun die persoon zelf biedt als de ander gespannen is (Simpson e.a., 1992). Alles wordt op eigen kracht opgelost, en zo lijkt het al snel alsof die persoon helemaal niets nodig heeft.
Vlak voor een grote stap. Kennismaken met de familie, een eerste vakantie samen, samenwonen. Hoe dichterbij een bindende beslissing komt, hoe sterker de neiging om een uitweg open te houden, en gesprekken over de toekomst worden steeds weer uitgesteld. In de volksmond heet dat vaak bindingsangst.
