Vraag je je af of je een vermijdende hechtingsstijl hebt, kijk dan naar een patroon dat steeds terugkomt, niet naar één los moment. Eén herkenbaar signaal hieronder zegt weinig: de stijl ontstaat uit een combinatie van neigingen, en de test brengt die preciezer in kaart.
Zware dagen achter een dichte deur. Als er iets misgaat, wil je eerst alleen zijn en het zonder pottenkijkers uitzoeken. Iemand bellen lijkt overbodig: het zelf oplossen is makkelijker dan uitleggen wat er vanbinnen gebeurt.
Na veel nabijheid wil je stilte. Een heerlijk weekend samen of een lang, open gesprek is voorbij, en het liefst hoor je dan even niets. Zo vind je je evenwicht terug, en dat heeft niets met kilheid te maken.
Praten over ‘wij’ stel je uit. Wil iemand die dicht bij je staat over de relatie of de toekomst praten, dan verander je het liefst van onderwerp of maak je er een grap van. Zo’n gesprek voelt als druk, ook als de aanleiding fijn is.
Van dichtbij lijken kleine minpunten groter. Hoe serieuzer een relatie wordt, hoe vaker je blik blijft haken aan kleine eigenaardigheden van de ander. Zo ontstaat een reden om wat afstand te houden, en dat lijkt al snel op liefde die bekoelt.
Gevoelens komen pas later. Op het moment zelf blijf je kalm, en wat echt pijn deed, wordt je pas een dag of een week later duidelijk. Een gevoel eerst zelf uitzoeken gaat makkelijker dan het meteen hardop benoemen.
Liever vrij dan vastgepland. Een maand vooruit samen plannen maken geeft je een vaag gevoel van onrust. Je wilt de mogelijkheid houden om van gedachten te veranderen, want juist daardoor blijft je leven van jou.
Lieve woorden maken je ongemakkelijk. Hoor je een liefdesverklaring of een gemeend dankjewel, dan word je verlegen en grijp je naar een grap. Zulke woorden lijken om dezelfde openheid terug te vragen, en daar heb je tijd voor nodig.





