De signalen van deze stijl wisselen elkaar vaak af: een stap naar iemand toe, daarna een stap terug. Herken je jezelf hieronder, zie dat dan als een reden om beter te kijken, niet als een oordeel. De test laat het patroon preciezer zien.
Afzeggen waar je naar uitkeek. Een week lang kijk je uit naar een afspraak met iemand die je dierbaar is, en de avond ervoor bedenk je een reden om die te verzetten. Het is geen onverschilligheid: hoe dichterbij de dag, hoe luider de angst dat je van dichtbij tegenvalt.
Warme woorden wekken wantrouwen. Krijg je een compliment of hoor je hoeveel je voor iemand betekent, dan vertrouw je het eerst niet helemaal, of denk je dat het niet blijft duren. Zo zet je je schrap voor een teleurstelling, zodat die je niet kan overvallen.
Stilte roept de ergste gedachten op. Iemand die dicht bij je staat, reageert twee uur niet, en je weet het zeker: die persoon heeft genoeg van je. Dan komt een warm bericht, en in plaats van opgelucht te zijn wil je afstand nemen. De zorg slaat om in voorzichtigheid.
Weggaan voordat je verlaten wordt. Lijkt een relatie ten einde te lopen, dan wil je er het liefst zelf als eerste een punt achter zetten. Zo houd je de pijn in eigen hand, al blijkt later vaak dat de dreiging alleen in je verwachtingen bestond.
Om hulp vragen lijkt dubbel riskant. Je hebt steun nodig, maar vragen is een gok: je kunt nee horen, en bij een ja sta je in het krijt en word je van dichtbij gezien. Zwijgen lijkt makkelijker, en dan doet het pijn dat niemand iets doorhad.
Ruzie drijft je naar uitersten. Het ene uur wil je alles meteen uitpraten, het volgende wil je verdwijnen en met niemand meer praten. Beide reacties zijn echt: de band bewaren en jezelf beschermen zijn voor jou op hetzelfde moment belangrijk.
Onrustig alleen, onrustig samen. Is er niemand in de buurt, dan mis je mensen; zijn ze dichtbij, dan wil je je verstoppen. Alleen zijn geeft geen echte rust en nabijheid evenmin, en dat put je meer uit dan elk van de twee apart.





