Direct naar de inhoud
ECRtest

ECR-R-vragenlijst: zo meet de test angst en vermijding

De ECR-R meet hechting bij volwassenen op twee schalen: hechtingsangst en het vermijden van nabijheid. Hechtingsangst is de angst om iemand die dicht bij je staat kwijt te raken. Sinds de publicatie in 2000 door R. Chris Fraley, Niels G. Waller en Kelly A. Brennan is de vragenlijst een standaardinstrument in relatieonderzoek.

Door de ECRtest-redactie · Bijgewerkt op 24 oktober 2026 · 12 minuten leestijd

In het kort

  • De vragenlijst telt 36 uitspraken: 18 over hechtingsangst en 18 over vermijding van nabijheid.
  • Je antwoordt op een schaal van 1 tot 7, en elke schaalscore is een gewoon gemiddelde.
  • De vergelijkingsgegevens van Fraley komen uit een online steekproef van minstens 17.000 mensen, de meesten uit Engelstalige landen.
  • Daarna volgt in onze test de ECR-RS, met uitspraken over bepaalde mensen in je leven.

Wat de ECR-R is en waar de vragenlijst vandaan komt

De ECR-R (Experiences in Close Relationships-Revised, de herziene versie van een vragenlijst over ervaringen in hechte relaties) is een zelfrapportagevragenlijst: je geeft aan hoe goed uitspraken over hechte relaties bij je passen. R. Chris Fraley, Niels G. Waller en Kelly A. Brennan stelden de vragenlijst voor in een artikel uit 2000 (Fraley e.a., 2000). Chris Fraley, de eerste auteur, houdt een pagina over de vragenlijst bij, met de uitspraken, de scoringssleutel en de normen.

De voorganger, de ECR, verscheen in 1998. Brennan, Clark en Shaver brachten 323 items uit de hechtingsvragenlijsten van die tijd samen en lieten zien dat daaronder twee afzonderlijke dimensies liggen: angst en vermijding (Brennan e.a., 1998). Twee jaar later selecteerden Fraley en collega’s de items opnieuw met behulp van de itemresponstheorie (IRT), zodat de schalen nauwkeuriger onderscheid maken tussen mensen. De R staat dan ook voor ‘revised’, herzien.

Beide vragenlijsten gaan uit van hetzelfde idee: hechting bij volwassenen is een punt op twee assen, geen etiket. Later is dat ook rechtstreeks getoetst. Een taxometrische analyse van twee grote steekproeven kwam tot de conclusie dat hechting bij volwassenen zich gedraagt als doorlopende dimensies en niet als afzonderlijke typen (Fraley e.a., 2015).

Opbouw: twee schalen van elk 18 uitspraken

De uitspraken zijn gelijk verdeeld. De ene helft, 18 uitspraken, gaat over hechtingsangst: de zorg dat iemand die dicht bij je staat de interesse verliest, kouder wordt of weggaat. In het dagelijks leven wordt het woord soms opgevat als de angst om je te hechten, maar die angst heet bindingsangst, en dat is iets anders. De andere helft, 18 uitspraken, gaat over vermijding van nabijheid (in Nederlandstalig onderzoek ook hechtingsvermijding), dus over het ongemak dat je ervaart als nabijheid intens wordt en je op iemand moet steunen. Bij elke uitspraak kies je een antwoord van 1, ‘Helemaal mee oneens’, tot 7, ‘Helemaal mee eens’.

Schalen van de ECR-R

Schalen van de ECR-R
SchaalUitsprakenOmgekeerd gescoordWat de schaal meet
Angst189, 11angst om nabijheid en liefde te verliezen
Vermijding1820, 22, 26-31, 33-36ongemak bij nabijheid en bij steunen op anderen

De nummers volgen de oorspronkelijke volgorde op de pagina van Fraley. In onderzoek, en ook in onze test, staan de uitspraken door elkaar.

Een deel van de uitspraken is omgekeerd geformuleerd: wie het ermee eens is, scoort daar laag in plaats van hoog. Zo beschermt de vragenlijst zich tegen de neiging om overal mee in te stemmen, en zo vallen ook slordige antwoorden sneller op. De uitspraken gaan over liefdesrelaties in het algemeen. Heb je nu geen relatie, dan kun je de vragenlijst dus ook invullen. Je antwoordt dan vanuit eerdere ervaringen en vanuit hoe je je in relaties meestal voelt.

Zo worden de scores berekend

De scoringssleutel is zo eenvoudig dat je de berekening met de hand kunt nagaan. Je krijgt twee getallen, één per schaal.

  1. Bij omgekeerd gescoorde uitspraken wordt het antwoord omgedraaid: 1 wordt 7, 2 wordt 6, enzovoort. Het nieuwe getal is dus 8 min het gegeven antwoord.
  2. De score op angst is het gemiddelde van alle antwoorden op de eerste schaal en ligt tussen 1 en 7.
  3. De score op vermijding wordt op dezelfde manier berekend uit de tweede schaal.
  4. Een totaalscore bestaat niet: de schalen worden apart gescoord en nooit bij elkaar opgeteld.

Heb je bij een omgekeerd gescoorde uitspraak bijvoorbeeld 6 gekozen, dan telt dat als 2. Is het gemiddelde van je antwoorden op de angstschaal na het omdraaien 3,8, dan is dat je score op angst. Sinds 5 juni 2013 staat op de pagina van Fraley een correctie van de sleutel: uitspraak 21 wordt niet omgedraaid, de uitspraken 22 en 36 wel. Op internet circuleren nog kopieën met de oude sleutel, en daarom geven verschillende sites voor dezelfde antwoorden soms andere scores. Wij gebruiken de gecorrigeerde sleutel.

AngstigAngstig-vermijdendVeiligVermijdend

Vul de ECR-R online in

72 uitspraken, 10-15 minuten, en je scores en percentielen staan meteen op de pagina.

Doe de test
  • 72 uitspraken
  • 10-15 minuten
  • zonder registratie

Normen en percentielen

Op zichzelf zegt een score weinig. Je hebt een vergelijkingspunt nodig. Fraley publiceerde de gemiddelden van een online steekproef uit het begin van de jaren 2000: minstens 17.000 mensen, onder wie 73% vrouwen, met een gemiddelde leeftijd van 27 jaar. Fraley raadt aan om voorzichtig met deze normen om te gaan, omdat de steekproef niet representatief is.

Normen van de ECR-R in de steekproef van Fraley

Normen van de ECR-R in de steekproef van Fraley
SchaalGemiddeldeStandaarddeviatie
Angst3,561,12
Vermijding2,921,19

De twee schalen hangen samen: correlatie 0,40. Mannen en vrouwen hebben bijna dezelfde gemiddelden.

Een percentiel geeft aan welk deel van de steekproef van Fraley een lagere score had dan jij: hoeveel van elke 100 mensen in de steekproef onder jou uitkwamen. Voor de ECR-R berekenen we het percentiel uit een normale verdeling met deze gemiddelden en standaarddeviaties. Vul je je leeftijd in, dan krijg je er een tweede regel bij die je vergelijkt met mensen van je eigen leeftijd, volgens een formule die Fraley ook publiceert. De verdeling van vermijding is waarschijnlijk iets rechtsscheef, waardoor de percentielen helemaal bovenaan wat te hoog uitvallen.

De normen komen grotendeels van Engelstalige deelnemers. In een onderzoek in 62 culturele regio’s kwam de angstige stijl vaker voor in Oost-Azië (Schmitt e.a., 2004), dus de vergelijking met een vooral Amerikaanse steekproef verschuift de resultaten voor sommige talen. Representatieve Nederlandse normen voor de ECR-R zijn er, voor zover wij weten, niet. In Nederlands onderzoek met de oudere ECR scoorden volwassenen uit de bevolking gemiddeld lager op angst en op vermijding dan Amerikaanse studenten (Conradi e.a., 2006). Een gemiddelde Nederlandse score valt dus waarschijnlijk iets onder het gemiddelde van de steekproef van Fraley. Voor Vlaanderen zijn zulke gegevens er nog niet. Zodra we genoeg eigen gegevens hebben verzameld, kunnen we voor elke taal aparte normen berekenen.

Van twee assen naar vier stijlen

Voor onderzoek raadt Fraley af om mensen in typen in te delen en beveelt aan om met de twee scores te werken. Wie één persoon een resultaat wil uitleggen, heeft wel iets aan een naam, en wie mensen toch in groepen wil verdelen, kan volgens Fraley elke schaal bij de mediaan doorsnijden. Wij leggen de grens bij het gemiddelde van elke schaal, want in een normale verdeling vallen gemiddelde en mediaan samen.

Ligt het punt op minder dan een kwart standaarddeviatie van een grens, dan noemt het resultaat ook de stijl aan de andere kant van die grens. Met deze indeling valt ongeveer 32% van de mensen in het veilige gebied, 18% in het angstige, 19% in het vermijdende en 31% in het angstig-vermijdende gebied. Volgens populaire artikelen is meer dan de helft van alle mensen veilig gehecht. Die cijfers komen uit enquêtes waarin mensen uit een paar kant-en-klare beschrijvingen er één kozen, niet uit het verdelen van twee schalen, en daarom verschillen de getallen. Ook de namen zorgen soms voor verwarring. ‘Gedesorganiseerd’ komt uit onderzoek bij baby’s en uit interviews: een vragenlijst meet iets wat erop lijkt, maar niet hetzelfde. Wie oudere literatuur over de ontwikkeling van baby’s leest, kan ‘angstig-vermijdend’ tegenkomen als naam voor iets wat op de vermijdende stijl lijkt, en in Nederlandstalige beschrijvingen van het model van Bartholomew staat ‘angstig’ soms voor de stijl die hier angstig-vermijdend heet. Hoe de vier stijlen en het grensgebied werken, lees je in een apart overzicht.

De ECR-RS: moeder, vader, partner en vriendschap

De ECR-R vraagt naar liefdesrelaties in het algemeen. Het vervolg daarop, de ECR-RS (Relationship Structures), bestaat uit 9 korte uitspraken over één bepaalde persoon: je moeder, je vader, een partner of de persoon met wie je het best bevriend bent, en in latere versies ook over hechte relaties in het algemeen (Fraley e.a., 2011). Zes uitspraken gaan over vermijding (de eerste vier daarvan worden omgekeerd gescoord) en drie over angst.

Onze test heeft 72 uitspraken: de 36 van de ECR-R en vier blokken uit de ECR-RS (mensen die dicht bij je staan, moeder, vader, hechtste vriendschap). Een apart blok over de partner is er niet, omdat bijna alle uitspraken daaruit overeenkomen met uitspraken van de ECR-R. Het punt ‘Partner’ berekenen we uit de 9 overeenkomende uitspraken van de ECR-R, dus dat punt is een benadering.

De normen per relatie komen uit een onderzoek waarin twee online steekproeven van 2399 en 2300 mensen over elk van deze relaties antwoordden (Fraley e.a., 2015). Die verdelingen zijn duidelijk scheef: veel mensen scoren bij hun moeder zo laag mogelijk op angst. Daarom berekenen we de percentielen per relatie met een model voor scheve verdelingen, en aan de uiteinden van de schaal zijn het benaderingen.

Hoe betrouwbaar de vragenlijst is

De interne consistentie is op beide schalen hoog, met waarden voor Cronbachs alfa van 0,90 of hoger. Ook de stabiliteit is goed. Toen mensen de vragenlijst na drie en na zes weken opnieuw invulden, deelden de latente scores 85% en 86% van hun variantie (Sibley en Liu, 2004; Sibley e.a., 2005). De ECR-RS is eveneens betrouwbaar, met alfa’s van 0,81 tot 0,92 per relatie in het onderzoek uit 2015 (Fraley e.a., 2015).

Er zijn ook grenzen. Analyses volgens de itemresponstheorie laten zien dat de vragenlijst het nauwkeurigst meet bij mensen met duidelijke angst of vermijding, en minder nauwkeurig aan de onderkant, dicht bij de veilige hoek. Verder meet de ECR-R hoe mensen hun relaties zelf zien. Met het Adult Attachment Interview (AAI, in het Nederlands ook gehechtheidsbiografisch interview), dat beoordeelt hoe iemand over de eigen jeugd vertelt, hangt de vragenlijst maar zwak samen: de correlatie ligt rond 0,09 (Roisman e.a., 2007). Het zijn twee verschillende blikken op hechting, en ze stellen allebei geen diagnose.

Korte versies en Nederlandse vertalingen

De bekendste korte versie, de ECR-S met 12 uitspraken, is gemaakt op basis van de oorspronkelijke ECR uit 1998 en niet van de ECR-R (Wei e.a., 2007). Slechts 7 van die uitspraken komen overeen met de ECR-R, en de ECR-S heeft eigen normen. Er bestaan ook korte versies van de ECR-R zelf, zoals een Russische met 14 uitspraken (Chistopolskaya e.a., 2018), en andere in verschillende talen, elk met eigen normen en grenswaarden. In het Nederlands zijn zowel de ECR als de ECR-R vertaald en onderzocht: de ECR bij studenten en in een steekproef uit de bevolking (Conradi e.a., 2006), de ECR-R bij ambulante patiënten in de geestelijke gezondheidszorg (Kooiman e.a., 2013).

Wij gebruiken de volledige vragenlijst. Korte versies werken goed in grote onderzoeken, waar groepsgemiddelden tellen, maar voor één persoon is de schatting ruwer en hangt die meer af van één enkel antwoord. Alle 36 uitspraken hebben we zelf vertaald, los van de gepubliceerde Nederlandse versies, en we houden de oorspronkelijke schaal van 1 tot 7 aan, zodat je resultaten aansluiten bij de vergelijkingsgegevens van Fraley. De uitspraken over de partner zijn genderneutraal geformuleerd. In Nederlandstalig onderzoek wordt daarnaast de HSL gebruikt, een eigen vragenlijst met vier schalen die aansluiten bij het model van Bartholomew (Van Oudenhoven e.a., 2003). Die meet hechting op een andere manier en wordt niet met deze sleutel gescoord.

Vragen over de ECR-R

  1. Waar vind ik de ECR-R als PDF?
    De uitspraken, de scoringssleutel en de normen staan op de pagina die Fraley over de vragenlijst bijhoudt; de link vind je bij de bronnen hieronder. Zonder toestemming van de auteurs mogen de schalen alleen voor niet-commercieel onderzoek worden gebruikt. Wie de Nederlandse versies wil gebruiken, vraagt dat aan hun eigen auteurs. Wil je de vragenlijst invullen en meteen je scores met percentielen zien, doe dan onze test.
  2. Kun je de ECR-R ook op een schaal van 1 tot 5 invullen?
    Dat kan, maar dan gelden de vergelijkingsgegevens van Fraley niet meer, want die zijn verzameld op een schaal van 1 tot 7. Sommige vertalingen, zoals de Koreaanse, gebruiken vijf punten en eigen grenswaarden. De Nederlandse versies werken net als het origineel met zeven punten, en ook wij houden die aan. Zo blijven je scores eerlijk en rechtstreeks te vergelijken met de steekproef van Fraley.
  3. Bestaat er een Nederlandse versie van de ECR-R?
    Ja. Zowel de oorspronkelijke ECR als de ECR-R zijn in het Nederlands vertaald en onderzocht (Conradi e.a., 2006; Kooiman e.a., 2013), en wereldwijd bestaan er bewerkingen in veel talen, vaak als korte versie met eigen normen. Onze test gaat uit van de Engelse originelen en gebruikt een eigen vertaling, los van die gepubliceerde versies en altijd op de oorspronkelijke zevenpuntsschaal, zodat de resultaten in elke taal met dezelfde steekproef van Fraley worden vergeleken.
  4. Is dit dezelfde test als die op de site van Chris Fraley?
    Het zijn dezelfde uitspraken (bij ons in een eigen Nederlandse vertaling) en dezelfde sleutel, want het is de ECR-R. ECRtest is echter niet verbonden aan de auteurs van de vragenlijst. Fraley heeft een eigen onderzoekstest op de site van de universiteit. Wij scoren de antwoorden met de gepubliceerde sleutel en normen en voegen daar een relatiekaart, percentielen en uitgeschreven beschrijvingen aan toe.

Bronnen (14)

  1. Brennan K. A., Clark C. L., Shaver P. R. (1998). Self-report measurement of adult attachment: An integrative overview. In J. A. Simpson, W. S. Rholes (Eds.), Attachment theory and close relationships (pp. 46-76). New York: Guilford Press.
  2. Fraley R. C., Waller N. G., Brennan K. A. (2000). An item response theory analysis of self-report measures of adult attachment. Journal of Personality and Social Psychology, 78(2), 350-365.
  3. Schmitt D. P., Alcalay L., Allensworth M., et al. (2004). Patterns and universals of adult romantic attachment across 62 cultural regions. Journal of Cross-Cultural Psychology, 35(4), 367-402.
  4. Conradi H. J., Gerlsma C., van Duijn M., de Jonge P. (2006). Internal and external validity of the Experiences in Close Relationships questionnaire in an American and two Dutch samples. The European Journal of Psychiatry, 20(4), 258-269.
  5. Sibley C. G., Liu J. H. (2004). Short-term temporal stability and factor structure of the revised experiences in close relationships (ECR-R) measure of adult attachment. Personality and Individual Differences, 36(4), 969-975.
  6. Sibley C. G., Fischer R., Liu J. H. (2005). Reliability and validity of the revised Experiences in Close Relationships (ECR-R) self-report measure of adult romantic attachment. Personality and Social Psychology Bulletin, 31(11), 1524-1536.
  7. Roisman G. I., Holland A., Fortuna K., et al. (2007). The Adult Attachment Interview and self-reports of attachment style: An empirical rapprochement. Journal of Personality and Social Psychology, 92(4), 678-697.
  8. Wei M., Russell D. W., Mallinckrodt B., Vogel D. L. (2007). The Experiences in Close Relationship Scale (ECR)-Short Form: Reliability, validity, and factor structure. Journal of Personality Assessment, 88(2), 187-204.
  9. Fraley R. C., Heffernan M. E., Vicary A. M., Brumbaugh C. C. (2011). The Experiences in Close Relationships - Relationship Structures Questionnaire. Psychological Assessment, 23(3), 615-625.
  10. Kooiman C. G., Klaassens E. R., van Heloma Lugt J. Q., Kamperman A. M. (2013). Psychometrics and validity of the Dutch Experiences in Close Relationships-Revised (ECR-r) in an outpatient mental health sample. Journal of Personality Assessment, 95(2), 217-224.
  11. Fraley R. C., Hudson N. W., Heffernan M. E., Segal N. (2015). Are adult attachment styles categorical or dimensional? A taxometric analysis of general and relationship-specific attachment orientations. Journal of Personality and Social Psychology, 109(2), 354-368.
  12. Chistopolskaya K. A., et al. (2018). Adaptation on a Russian sample of the short version of the Experiences in Close Relationships-Revised questionnaire. Psikhologicheskii Zhurnal, 39(5), 87-98.
  13. Van Oudenhoven J. P., Hofstra J., Bakker W. (2003). Ontwikkeling en evaluatie van de Hechtingstijlvragenlijst (HSL). Nederlands Tijdschrift voor de Psychologie en haar Grensgebieden, 58, 95-102.
  14. Fraley R. C. (n.d.). Experiences in Close Relationships-Revised (ECR-R) Questionnaire. University of Illinois at Urbana-Champaign.

Gecontroleerd op 24 oktober 2026

Vul de vragenlijst in en kijk waar je punt op de kaart terechtkomt.

Doe de test