Direct naar de inhoud
ECRtest

Uitslag hechtingsstijl-test: zo lees je de percentielen en de kaart

Je uitslag bestaat uit meerdere lagen: een punt op een kaart met twee assen, scores en percentielen, de sterkte van je stijl, een aparte kaart voor je hechte relaties en soms een opmerking over je antwoorden. Hier lees je wat elk getal en elk label betekent, en waar je het best kunt beginnen.

Door de ECRtest-redactie · Bijgewerkt op 24 oktober 2026 · 12 minuten leestijd

In het kort

  • De naam van je stijl zegt in welk van de vier gebieden op de kaart je punt ligt.
  • Een percentiel vergelijkt je score met een grote steekproef. Het is geen percentage van een stijl.
  • Hoe verder je punt van de lijnen op de kaart ligt, hoe sterker je stijl is.
  • Een opmerking over je antwoorden maakt je uitslag niet ongeldig, maar vraagt je om aandachtig te lezen.

Angst en vermijding: twee getallen, één punt op de kaart

Centraal in je uitslag staat een kaart die gebouwd is op de twee schalen van de ECR-R (Fraley e.a., 2000). De horizontale as is vermijding van nabijheid, de verticale as is hechtingsangst. Hechtingsangst is de angst om iemand die dicht bij je staat kwijt te raken. Hoe verder naar rechts je punt ligt, hoe meer afstand je meestal nodig hebt; hoe hoger het ligt, hoe groter je zorg dat mensen om wie je geeft zich van je terugtrekken.

Twee lijnen kruisen de kaart bij de gemiddelde scores van een grote steekproef en verdelen de kaart in vier gebieden: de veilige stijl linksonder, de angstige stijl linksboven, de vermijdende stijl rechtsonder en de angstig-vermijdende hechtingsstijl (vaak ook gedesorganiseerde hechting genoemd) rechtsboven.

De naam van de stijl vertelt alleen in welk gebied je punt terechtkwam. Waar het binnen dat gebied ligt, is net zo belangrijk. Een punt vlak bij het kruispunt van de lijnen en een punt ver in de hoek krijgen dezelfde naam, maar beschrijven heel verschillende ervaringen. Kijk dus eerst hoe ver je punt van de lijnen af ligt, en lees pas daarna de beschrijving. De precieze coördinaten vind je in het uitklapbare overzicht ‘Je scores in cijfers’ onder de kaart.

Score en percentiel: wat elk getal betekent

Bij elke as horen twee getallen. Het eerste is je score: het gemiddelde van je antwoorden op de 18 uitspraken van die as, op dezelfde schaal van 1 tot 7 waarop je antwoordde. De scores op hechtingsangst en vermijding zeggen op zichzelf weinig. Een score van 3 op vermijding lijkt laag, omdat die onder het midden van de schaal ligt, maar is bijna precies gemiddeld, want ongeveer de helft van de mensen scoort lager.

Het tweede getal, het percentiel, beantwoordt een andere vraag: hoeveel mensen uit de steekproef lager scoorden dan jij. ‘Hoger dan bij 80% van de mensen’ betekent dat van elke 100 deelnemers er 80 lager uitkwamen. Je kent het woord misschien van de groeicurve bij het consultatiebureau (in Vlaanderen bij Kind en Gezin). Een baby op het 80e percentiel is langer dan 80 van de 100 baby’s van dezelfde leeftijd. Een percentiel is geen percentage van een stijl. Sommige quizzen melden dat je voor zoveel procent angstig of veilig bent, maar de ECR-R kent zulke aandelen niet. Er zijn alleen twee aparte schalen, en je plek op elk ervan.

Naast het percentiel staat een niveau: onder het 30e percentiel ‘laag’, boven het 70e ‘hoog’ en daartussen ‘rond het gemiddelde’. Die labels maken de uitslag makkelijker te lezen; ze delen mensen niet in verschillende soorten in. Twee mensen net boven en net onder het 70e percentiel verschillen nauwelijks van elkaar.

Je scores worden vergeleken met de online steekproef van Fraley, die begin jaren 2000 bij minstens 17.000 deelnemers is verzameld. Waar die gegevens vandaan komen en waarom ze om enige voorzichtigheid vragen, lees je in ons artikel over de ECR-R-vragenlijst. Heb je je leeftijd ingevuld, dan vergelijkt een tweede regel je met leeftijdsgenoten. Die regel wijkt meestal maar een paar percentielpunten af van de eerste, omdat de gemiddelde scores in deze steekproef weinig veranderen met de leeftijd. Je stijl zelf is altijd gebaseerd op de hele steekproef, zonder aanpassing voor leeftijd.

Sterkte van je stijl en een uitslag op de grens

Het label onder de naam van je stijl laat zien hoe stevig je punt binnen het gebied ligt. Het is gebaseerd op de afstand tot de dichtstbijzijnde lijn, gemeten in standaarddeviaties van de steekproef. Bij minder dan 0,25 standaarddeviatie staat er ‘Op de grens’, van 0,25 tot 0,6 ‘Licht’, van 0,6 tot 1,1 ‘Duidelijk’ en bij alles daarboven ‘Sterk’.

Sterkte is geen waardeoordeel. Een sterke veilige stijl maakt iemand nog geen voorbeeldige partner, en een sterke angstige stijl voorspelt geen problemen. Het label meet alleen hoe ver je patroon van de aangrenzende patronen ligt. Bij een lichte stijl herken je waarschijnlijk ook trekken van de stijl aan de andere kant van de lijn, en in een zware periode schuift je punt soms over die lijn.

Een uitslag op de grens herken je zo: naast de naam van je stijl verschijnt een tweede stijl, en op de kaart staat je punt in het gestippelde grensgebied. Zijn beide scores dicht bij de lijnen, dan zit je punt in de buurt van het midden van de kaart, met meerdere stijlen vlakbij. Waarom de lijnen zijn getrokken waar ze staan, en hoe vaak uitslagen op de grens voorkomen, lees je in het overzicht van de vier stijlen. Voor je eigen uitslag helpt iets anders meer. Lees beide beschrijvingen en markeer de zinnen waarin je jezelf herkent.

AngstigAngstig-vermijdendVeiligVermijdend

Nog geen uitslag?

Je kaart, scores en percentielen verschijnen zodra je alle 72 uitspraken hebt beantwoord. Registreren is niet nodig.

Doe de test
  • 72 uitspraken
  • 10-15 minuten
  • zonder registratie

Een opmerking over je antwoorden

Soms staat er boven je uitslag een opmerking over de kwaliteit van je antwoorden. Dat is geen kritiek. De test heeft een patroon opgemerkt dat de scores minder nauwkeurig kan maken. Alleen de 36 antwoorden uit het eerste deel worden gecontroleerd, en je volledige uitslag wordt hoe dan ook getoond.

  1. Steeds hetzelfde antwoord. Minstens 12 uitspraken achter elkaar kregen hetzelfde antwoord. Dat gebeurt vaak als iemand op de automatische piloot antwoordt.

  2. Veel antwoorden in het midden. De helft of meer van je antwoorden was een 4, het midden van de schaal. Dat kan eerlijke twijfel zijn, maar ook vermoeidheid.

  3. Antwoorden die elkaar tegenspreken. Uitspraken over vermijding met een tegengestelde betekenis kregen vergelijkbare antwoorden, of uitspraken met bijna dezelfde betekenis juist heel verschillende. Meestal zijn sommige uitspraken dan anders gelezen dan bedoeld.

  4. Te snel. Gemiddeld minder dan 2 seconden per uitspraak. Dat is nauwelijks genoeg om er één helemaal te lezen.

Herken je jezelf in de beschrijving, dan kun je op de uitslag vertrouwen en de opmerking in je achterhoofd houden. Had je haast of was je afgeleid, doe de test dan op een rustiger moment opnieuw en vergelijk.

Je relatiekaart: moeder, vader, vriendschap en partner

Na het eerste deel vraagt de test naar bepaalde mensen, en op een aparte kaart krijgt elke relatie een eigen punt: ‘Moeder’, ‘Vader’, ‘Hechtste vriendschap’, ‘Partner’ en ‘Hechte relaties’ voor de mensen die dicht bij je staan in het algemeen. Heb je een deel overgeslagen, dan staat op die plek ‘Je hebt dit deel overgeslagen’; de andere punten veranderen daar niet door.

Wat op deze kaart het meest telt, is waarmee elk punt wordt vergeleken. Niet met je hoofduitslag en niet met je andere relaties, maar met het gemiddelde voor dat soort relatie (Fraley e.a., 2015). En dat gemiddelde verschilt: mensen houden gemiddeld meer afstand tot hun vader dan tot wie verder dicht bij hen staat, en de minste afstand tot de persoon met wie ze het best bevriend zijn. Daardoor kan dezelfde score op vermijding bij je vader ‘rond het gemiddelde’ zijn en bij je hechtste vriendschap ‘hoger dan gemiddeld’.

De labels ‘lager dan gemiddeld’, ‘rond het gemiddelde’ en ‘hoger dan gemiddeld’ gebruiken dezelfde grenzen als de niveaus van de assen, het 30e en het 70e percentiel. Het punt ‘Partner’ wordt geschat op basis van je antwoorden in het eerste deel, omdat de test geen apart deel over de partner heeft. Zie het als een benadering. Verschillen tussen relaties zijn normaal: hechting hangt deels af van de relatie zelf (Fraley e.a., 2011). Kun je dan meerdere hechtingsstijlen hebben? In zekere zin wel, en vaak zegt juist het punt dat afwijkt van de rest het meest.

Waarom een andere test je een andere stijl gaf

Als twee tests het niet met elkaar eens zijn, ligt dat meestal aan hoe ze gebouwd zijn, niet aan het feit dat een van beide je verkeerd inschat. Dit zijn de redenen die het vaakst voorkomen.

  • Een kant-en-klare beschrijving kiezen. In vroege onderzoeken kozen mensen een van drie alinea’s (Hazan en Shaver, 1987), en meer dan de helft noemde zichzelf veilig gehecht. Wie mensen langs twee schalen verdeelt, krijgt andere aandelen: volgens de vergelijkingsgegevens van Fraley en de grenzen op deze site komt ongeveer 32% in het veilige gebied terecht.
  • Een andere grens. Sommige tests delen elke schaal precies in tweeën, bij 4. In de steekproef van Fraley ligt de gemiddelde vermijding rond 2,92, dus een score van 3,5 op vermijding valt boven onze lijn, maar onder een grens in het midden van de schaal.
  • Korte versies en ongeteste vragen. In een vragenlijst met 12 uitspraken weegt elk antwoord drie keer zo zwaar als in de volledige versie met 36, en vragen die nooit op grote steekproeven zijn getest, meten misschien iets anders.
  • Een ander moment. Antwoorden over nabijheid hangen af van wat er nu speelt: een nieuwe liefde, een ruzie of een breuk kan ze verschuiven. Het maakt ook uit aan welke relatie je dacht toen je antwoordde.

Eerlijker is het om je positie op de assen te vergelijken in plaats van de namen van de stijlen. Angst en vermijding liggen onder de meeste vragenlijsten voor hechting bij volwassenen (Brennan e.a., 1998), dus hun betekenis gaat mee van de ene test naar de andere.

Wanneer je de test opnieuw doet en hoe je vergelijkt

Doe je de test een paar weken later nog eens, dan ziet je uitslag er meestal bijna hetzelfde uit: over korte periodes zijn de schalen van de ECR-R stabiel, en de cijfers daarover staan op onze pagina over de methode. Kleine verschuivingen zijn wel normaal. Een verandering van een paar tienden van een punt, of van een paar percentielpunten rond het midden, kan ook optreden als er in je leven niets is veranderd.

De test opnieuw doen heeft zin na een paar maanden of na een echte verandering: een nieuwe relatie, een breuk, een lange periode van psychotherapie. Antwoord net zo eerlijk als de eerste keer en houd dezelfde relatie in gedachten, anders zegt de vergelijking weinig. Je eerdere uitslagen blijven op hetzelfde apparaat bewaard, en wat je in je account hebt opgeslagen, vind je ook terug als je van browser wisselt.

Kijk bij het vergelijken naar de richting: is je punt naar het midden van de kaart geschoven of er juist vandaan, en is je angst gestegen of gedaald? Wat bij zo’n verschuiving helpt en hoe lang die meestal duurt, lees je in ons artikel over de vraag of een hechtingsstijl kan veranderen.

Wat je uitslag niet zegt

Je uitslag beschrijft hoe je hechte relaties nu ervaart, op basis van je eigen antwoorden. De uitslag is geen diagnose. Een hechtingsstijl is geen ziekte of stoornis, en een online test komt niet in de plaats van een gesprek met een psycholoog of psychotherapeut.

De uitslag zegt niet wie schuld heeft als het in een relatie moeizaam gaat, en voorspelt niet of een relatie standhoudt. Ook de stijl van je partner kun je er niet uit afleiden: daarvoor zijn de eigen antwoorden van je partner nodig. En geen enkele stijl maakt iemand beter of slechter dan een ander. Bij elke stijl horen sterke kanten, en je uitslag noemt die direct naast de moeilijkheden.

Als wapen in een ruzie deugt de uitslag ook niet. ‘Jij bent gewoon vermijdend’ helpt twee mensen zelden om iets uit te praten; vertellen wat je zelf voelt, werkt meestal beter. Als er in een relatie sprake is van kleineren, dreigen of geweld in welke vorm ook, doen hechtingsstijlen er niet toe: je veiligheid gaat voor.

Vragen over je uitslag

  1. Kan ik mijn uitslag laten zien aan een psycholoog of psychotherapeut?
    Ja, en dat kan een goed begin van het gesprek zijn. Stuur de link van je uitslag door of sla de uitslag op als PDF: daarin staan je scores, je percentielen en je relatiekaart. Niet elke hulpverlener werkt met de hechtingstheorie, maar de twee assen zijn ook begrijpelijk voor wie uit een andere richting komt. Houd wel in gedachten dat de test laat zien hoe jij je eigen relaties ziet. Het is geen diagnose.
  2. Wat als mijn uitslag me van streek maakt?
    Neem de tijd en zie de uitslag niet als een oordeel over wie je bent. Een stijl beschrijft een patroon dat uit ervaringen is ontstaan, en zo’n patroon kan veranderen. Lees de sterke kanten van je stijl nog eens. Voel je je nu somber of angstig, praat dan met iemand die je vertrouwt, met je huisarts of met een hulpverlener.
  3. Waar komt het punt ‘Partner’ vandaan als er geen deel over de partner was?
    Uit het eerste deel van de test. Bijna alle uitspraken over de partner in de ECR-RS herhalen uitspraken van de ECR-R, dus we nemen je antwoorden daarop en leggen die naast de vergelijkingsgegevens voor partnerrelaties. Het is een benadering. Heb je over een eerdere relatie geantwoord, dan beschrijft het punt die relatie.
  4. Waarom past mijn punt ‘Hechte relaties’ niet bij mijn hoofdstijl?
    Ze beantwoorden verschillende vragen. Je hoofdstijl komt uit uitspraken over liefdesrelaties, terwijl het deel over mensen die dicht bij je staan naar alle belangrijke mensen tegelijk vraagt en eigen vergelijkingsgegevens heeft. Een verschil betekent meestal dat je liefde anders ervaart dan nabijheid in het algemeen, en dat komt vaak voor.

Bronnen (6)

Doe de test en leg je kaart naast deze uitleg.

Doe de test