Bij volwassenen verloopt gedesorganiseerde hechting in een relatie zelden in een rechte lijn (in het Engels heet die stijl ‘fearful avoidant’). Nabijheid komt in vlagen: een paar warme weken, dan een stap terug, dan veel moeite om te herstellen wat verloren ging. Voor de ander lijkt dat inconsequent, maar eigenlijk is het een poging om de band te houden zonder je te branden. Meestal ziet dat heen en weer er zo uit.
Een sterke start. In de eerste weken is iemand met deze stijl open en royaal met warmte, want de wens om dichtbij te komen bestaat al lang. Naarmate de relatie dieper wordt, klinkt een stille vraag luider (‘Wat als de ander me van dichtbij ziet en weggaat?’), en de warmte neemt af.
Onrust op afstand. Neemt de partner ook maar een dag afstand, dan drijft de angst iemand met deze stijl weer naar de ander toe: berichten, voorstellen om af te spreken, vragen om geruststelling. De afstand die eerst zelf werd genomen, is ineens ondraaglijk.
Ruzies die in kringetjes ronddraaien. Tijdens een ruzie wil iemand met deze stijl nu meteen praten, om dan halverwege een zin te verdwijnen. De partner begrijpt niet meer wat er gevraagd wordt, terwijl er binnen enkele minuten twee behoeften van plaats wisselen.
Rust als bedreiging. Gaat alles goed, dan kan juist de rust onrustig maken, als de stilte voor de storm. Er ontstaat een drang om iets op de proef te stellen of te verpesten, alleen maar om van de onzekerheid af te zijn.
